Lees hier de publicaties van onze bloggende advocaten

16 april 2018

Hè, alweer een nieuwe wet arbeidsrecht?

 

De Wet Werk en Zekerheid  (WWZ) is nu al achterhaald; de Wet Arbeidsmarkt in Balans komt eraan!
 

Het is nog geen 3 jaar geleden dat de WWZ in werking trad. Deze wet veranderde diverse regels op het gebied van het arbeidsrecht en het ontslagrecht. De bedoeling van de WWZ was kort gezegd om het ontslag eenvoudiger te maken en de kloof tussen vaste medewerkers en flexwerkers te verkleinen.

 

Ik sta als advocaat zowel werkgevers als werknemers bij. Beide zijn ontevreden over de WWZ. Zo vinden werknemers bijvoorbeeld dat de ontslagvergoedingen veel te laag zijn geworden. En ze klagen dat zij nog steeds niet snel een vast dienst verband krijgen, ontslag volgt vaak al na 2 jaar in plaats van na 3 jaar van tijdelijke overeenkomsten, omdat werkgevers nog steeds geen vaste krachten willen aannemen.

 

Werkgevers daarentegen hebben vaak last van de enorm hoge drempel om ontslag te kunnen krijgen. Zelfs als het duidelijk is dat het niet meer goed loopt met de werknemer, lukt het niet om ontslag te krijgen omdat niet alle formele stappen in het dossier goed doorlopen zijn. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld ook dat sinds 2015 80% van alle ontbindingsverzoeken op grond van disfunctioneren door de kantonrechter zijn afgewezen.

 

Werkgever en werknemer kunnen onder de regels van de WWZ bijna niet meer soepel met elkaar omgaan als er wat mis is op het werk. Werkgevers moeten eerst nog enkele maanden nogal zichtbaar voor de werknemer een dossier opbouwen, terwijl al lang duidelijk is dat de werkgever geen toekomst in de werkrelatie meer ziet. Dit is natuurlijk uiterst pijnlijk voor de werknemer. Werknemers vluchten vaak in ziekteverzuim om ontslag uit te stellen, wat ook kan omdat de hele situatie toch al voor de nodige spanningsklachten zorgt. Dit is weer uiterst frustrerend voor werkgevers. En geen van beide partijen is gebaat bij zo’n gang van zaken.


Vorige week maandag, 9 april 2018, startte minister Koolmees een internetconsultatie voor de Wet Arbeidsmarkt in Balans. Kort gezegd de WAB. Deze voorgenomen wet bevat een aantal maatregelen om de bezwaren die de WWZ met zich meebrengt te verminderen, zoals:

 

  1.      Cumulatie van ontslaggronden
    Nu is ontslag alleen mogelijk als de werkgever aan één van de acht ontslagronden met een volledig onderbouwd dossier voldoet. Er komt een nieuwe negende grond bij, die de rechter ook de mogelijkheid geeft omstandigheden te combineren. De gedachte is dat dan sneller ontslag verleend kan worden ook al is één van de ontslagronden niet volledig onderbouwd in het dossier. Daartegenover staat dat de werknemer in zo'n geval een hogere vergoeding krijgt, tot wel 150% van de huidige ontslagvergoeding.
  2.      Verlenging proeftijd bij vaste contracten.
    Op dit moment kan bij een tijdelijke arbeidsovereenkomst maximaal een proeftijd van 1 of 2 maanden worden overeengekomen en bij een vast contract 2 maanden. Het is de bedoeling om dit bij een vast contract te verruimen naar 5 maanden. Zo kan een werknemer sneller een vast contract krijgen zonder dat de werkgever het risico loopt niet meer van de werknemer af te kunnen als er overduidelijk een mismatch blijkt te zijn.
  3.      De ketenregeling wordt verruimd.
    Voor de WWZ mochten er nog 3 tijdelijke contracten worden gesloten in 3 jaar. Vanaf de WWZ was dat 3 tijdelijke contracten in 2 jaar. In het voorgenomen wetsvoorstel wordt het weer mogelijk om 3 tijdelijke contracten aan te gaan in 3 jaar.

Dit is zomaar een greep uit de aangekondigde maatregelen. Voor alle maatregelen, verwijs ik naar de opsomming op de website van de rijksoverheid.

 

Ik ben blij met de voorgenomen wijzigingen, al zal nog wel even duren voordat ze daadwerkelijk in werking zullen treden. Dat komt de belangen van zowel werkgevers als werknemers ten goede. Bent u ook voorstander van de voorgenomen wetswijzigingen of ziet u deze juist helemaal niet zitten? Ook u kunt uw mening geven tot 7 mei 2018 via de internetconsultatie.

 

Ik ben benieuwd!

Frederike Werts, advocaat

 


12 maart 2018

De AVG komt eraan... Is uw organisatie er klaar voor?

Per 25 mei 2018 wordt de huidige Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) vervangen door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze Europese verordening uniformeert de privacy regelgeving binnen de Europese Unie en legt daarbij meer dan de WBP de verantwoordelijkheid voor privacy bescherming en waarborging van privacy rechten bij organisaties die persoonsgegevens 'verwerken'.

 
Bijna iedere organisatie verzamelt en verwerkt vandaag de dag wel in meer of mindere mate persoonsgegevens en krijgt dus met de AVG te maken. Denk maar eens aan de financiële administratie van waaruit klanten gefactureerd worden, aan de salarisadministratie of aan het gebruik van CRM systemen. Voor organisaties die grote hoeveelheden persoonsgegevens verwerken (banken, verzekeraars, internet- en telecomproviders, overheidsinstellingen etc.) gelden extra strenge eisen. Datzelfde is het geval bij verwerkers van bijzondere privacy gevoelige data. U moet daarbij denken aan bijvoorbeeld medische gegevens (huisartsen, apothekers, ziekenhuizen etc.), financiële gegevens (accountants, boekhouders, hypotheekadviseurs etc.) of (strafrechtelijke) antecedenten (advocaten, maar ook verzekeraars, kredietbeoordelaars etc.).

 

Als verwerker van persoonsgegevens rust op u straks de verantwoordelijkheid om een (intern) privacy beleid te formuleren, waarbij aandacht wordt besteed aan onder meer veiligheidsmaatregelen, het waarborgen en faciliteren van rechten van betrokkenen (zoals inzagerecht, rectificatierecht en het recht om 'vergeten te worden'), het herkennen, registreren en melden van datalekken, minimalisatie van datahoeveelheid en bewaartermijn. Ook moeten registers worden bijgehouden van verwerkingsactiviteiten en datalekken. In sommige gevallen dient een  'gegevensbeschermingseffectbeoordeling' (GEB; ook wel Privacy Impact Assessment (PIA) of Data Protection Impact Assessment (DPIA) genoemd) te worden uitgevoerd en verplicht de verordening tot de aanstelling van een zogenaamde 'functionaris gegevensbescherming'.

 

De AVG schrijft voor dat transparantie wordt geboden aan de personen wier gegevens worden geregistreerd. Het is aanbevelenswaardig om daartoe een privacy statement te formuleren dat wordt gepubliceerd op bijvoorbeeld uw website. Daarin wordt met begrijpelijk taalgebruik voor betrokkenen  aangeduid op welke wijze hun gegevens worden verwerkt, wat het doel daarvan is, wat de bewaartermijn is, wat hun rechten zijn met betrekking tot de gegevensverwerking en hoe zij deze kunnen verwezenlijken.

 

Wie de AVG voorschriften niet (tijdig) implementeert, neemt het risico om door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) te worden beboet en loopt een vergroot aansprakelijkheidsrisico.

ScheerSanders helpt u daarom graag op weg in de route naar 'AVG-compliance'.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Mr A.S. Douma


5 maart 2018

Jongere vanaf 16 jaar medisch gezien volwassen

 

De recente nieuwsberichten over voetballer Abdelhak Nouri zullen ook bij u nog op het netvlies staan. Ajax en de KNVB wisten al langere tijd dat Nouri hartproblemen had. Nouri zelf wist dit sinds 2014 ook. Zijn familie was echter niet ingelicht. En reageerde geschokt. Heeft de KNVB hier steken laten vallen?

 
 

Het antwoord luidt eenvoudigweg: nee. Een jongere vanaf 16 jaar is in medisch opzicht volwassen en mag helemaal zelf beslissen. De jongere mag zelf kiezen of hij zijn ouders wil informeren over bijvoorbeeld zijn medische problematiek. De arts heeft hiertoe geen enkele plicht. Sterker nog, als een jongere vanaf 16 jaar aan de arts of een andere behandelaar heeft laten weten dat zijn ouders niet geïnformeerd mogen worden, is het ook niet toegestaan om dit op een later moment alsnog te doen.

 

Op de arts rust namelijk een medisch beroepsgeheim. Dat dient ertoe dat iedereen zich vrij moet kunnen voelen om naar een arts te gaan. Zonder bang te zijn dat de informatie die aan de arts wordt verstrekt ook voor andere doelen wordt gebruikt of wordt gedeeld met derden. Het beroepsgeheim moet de toegang tot de zorg dus zo open mogelijk houden.

 

De wetgever heeft willen voorkomen dat een jongere niet naar de dokter zou gaan, omdat hij bang is dat dan ook zijn ouders geïnformeerd worden. Bovendien gaat het in de zorg over het eigen lichaam van de jongere, over diens lichamelijke en geestelijke integriteit. Het is belangrijk dat de jongere, ook met het oog op de rechten van het kind, zelf over zijn eigen lichaam mag beslissen. De wetgever heeft daarom in de zorg eigenlijk een uitzondering gemaakt op de hoofdregel dat een jongere vanaf 18 jaar (juridisch) volwassen is. Over medische kwesties mag de jongere vanaf 16 jaar zelf beslissen.

 

Voor ouders werpt dit, zoals in het geval van Nouri, vaak de vraag op of zij geen enkel recht op informatie hebben over de gezondheid van hun kind. Ook niet na bijvoorbeeld overlijden van de jongere. Hoewel geheimhouding voorop staat, doet de wet voor ouders de deur niet helemaal dicht. Ouders kunnen namelijk vragen om inzage in of afgifte van het medisch dossier van de jongere. Als de jongere daarvoor zelf bij leven (uitdrukkelijk) toestemming heeft gegeven, dan zal de arts aan dit verzoek meewerken. Heeft de jongere dit niet gedaan, dan blijft het medisch beroepsgeheim ook na de dood gelden. In dat geval kunnen ouders alleen inzage krijgen als er concrete aanwijzingen zijn dat de toestemming van de jongere verondersteld kan worden of als zij zelf een zwaarwegend belang hebben.

 

Ouders moeten dan concreet naar voren brengen waarom er voor hen een uitzondering moet worden gemaakt en de geheimhoudingsplicht wel moet worden doorbroken. Verschillende factoren kunnen dan een rol spelen, zoals de relatie tussen de ouders en de jongere, de aard en de omgang van de te verstrekken gegevens, de vraag waarvoor deze gegevens nodig zijn, het belang van de ouders bij het verkrijgen van die inzage en de mogelijke gevolgen van de gegevensverstrekking. De rechtspraak op dit terrein is zeker niet eenvoudig. De hulp van een goed (gezondheidsrecht) advocaat kan bij het opstellen van een verzoek tot inzage of afgifte dan ook van groot belang zijn.

 

Bent u patiënt, ouder of nabestaande en wilt u meer weten over uw rechten op inzage in het medisch dossier van uzelf of van een derde? Bel dan gerust voor meer informatie naar onze kantoorgenote mr. Marlies van Kuijk-Wesdorp 070 -365 99 33.


5 maart 2018

Trouwen in (de oude) algehele gemeenschap van goederen wordt goedkoper

Sinds 1 januari 2018 is de wet beperking wettelijk gemeenschap van goederen in werking getreden. De fundamentele wijziging in het huwelijksvermogensrecht heeft de pennen van vele vakgenoten in beweging gebracht en ook in het nieuws is er uitgebreid bij stilgestaan. Helaas moet ik concluderen dat mensen door de vele berichtgevingen wellicht op het verkeerde been zijn gezet. 
 

Overal lees en hoor ik dat het nieuwe huwelijksvermogensrecht gaat gelden voor huwelijken, aangegaan na 1 januari 2018. Dit is onjuist. Het nieuwe huwelijksvermogensrecht gaat namelijk gelden voor gemeenschappen die ontstaan na 1 januari 2018. Dit is toch echt een wezenlijk verschil. Denkt u bijvoorbeeld aan de situatie dat partijen vóór 1 januari 2018 waren gehuwd onder huwelijksvoorwaarden, inhoudende koude uitsluiting, en dat ze ná 1 januari 2018 hun huwelijksvoorwaarden besluiten te wijzigen in een gemeenschap van goederen. De gemeenschap ontstaat dan ná 1 januari 2018, zodat de nieuwe wet daarop van toepassing is.

 

De nieuwe gemeenschap van goederen kent ten opzichte van de gemeenschap vóór 1 januari 2018 een aantal beperkingen. Buiten de gemeenschap blijft thans:

-       alle goederen en schulden die de echtgenoten vóór het huwelijk privé hadden;

-       schenkingen en erfenissen

 

Dit betekent dus dat aanstaande echtgenoten niet langer elkaars eigendommen en schulden delen als ze trouwen. Indien aanstaande echtgenoten toch in de (oude) gemeenschap van goederen wensen te huwen dan moeten zij (vooraf) naar de notaris om dat in de huwelijksvoorwaarden te laten vastleggen; althans vooralsnog.

 

Minister Sander Dekker heeft namelijk op 26 februari 2018 een wetsvoorstel ingediend dat daaraan een einde moet maken. In de plannen van de minister wordt de notaris geheel buiten dit proces gehouden. Tot de dag voor het huwelijk kunnen aanstaande echtgenoten dan hun voorkeur opgeven bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Dit kan zowel op papier als digitaal. Voor mensen die in algehele gemeenschap van goederen willen trouwen, komt er bovendien een modelverklaring. Volgens de minister is het doel van deze maatregel om het voor aanstaande echtgenoten zo eenvoudig mogelijk te maken en bovendien zijn ze hierdoor goedkoper uit omdat de notariskosten vervallen. De maatregel geldt ook voor mensen die een geregistreerd partnerschap aangaan.

 

Ondanks dit voorstel blijft het van groot belang dat (aanstaande) echtgenoten zich tijdig laten adviseren.

Indien u meer informatie wenst dan kunt u contact opnemen met mr. Francesco van der Linden, telefoonnummer 070-3659933.