fbpx

Veelgestelde vragen (FAQ)

FAQ 1 - arbeidsrecht

Ketenregeling
Een werkgever kan een werknemer:

  • maximaal 3 tijdelijke contracten geven;
  • niet langer dan 3 jaar tijdelijk in dienst nemen.

Gaat de werkgever een vierde arbeidsovereenkomst met de werknemer aan? Of werkt de werknemer langer dan 3 jaar voor de werkgever op basis van tijdelijke contracten? Dan is de werknemer automatisch vast in dienst. Dit heet de ketenregeling.

Pauze van 6 maanden
Heeft de werknemer langer dan 6 maanden tussen de tijdelijke contracten ergens anders gewerkt? Dan begint de telling opnieuw.

Uitzonderingen
De ketenregeling geldt niet voor iedereen en in alle situaties. De ketenregeling is niet van toepassing op o.a. werknemers jonger dan 18 jaar die maximaal 12 uur per week werken, werknemers die een BBL-opleiding volgen, invalkrachten op een basisschool en werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. Ook kunnen er in een cao afwijkende regels staan. Met uitzendkrachten kunnen bijvoorbeeld meer en langer tijdelijke contracten worden gesloten.

Aanzegverplichting
Een werkgever moet uiterlijk 1 maand voor het einde van het tijdelijke contract schriftelijk aan de werknemer laten weten of hij het contract verlengt. Dit heet aanzeggen.
​​Een aanzegging tijdens een gesprek met de werknemer is niet voldoende. De werkgever moet de aanzegging schriftelijk bevestigen, bijvoorbeeld in een brief, email of via een whatsapp-bericht.

Uitzonderingen
Deze verplichting geldt niet als:

  • de aanzegging al in het contract is opgenomen;
  • als het contract korter dan 6 maanden duurt;
  • als er geen einddatum in het tijdelijke contract staat; of
  • als er een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding is gesloten.

Stilzwijgende verlenging
Zegt de werkgever niet aan, terwijl hij daartoe wel verplicht is, en werkt de werknemer door, dan is het tijdelijke contract automatisch ‘stilzwijgend’ verlengd. Het nieuwe contract wordt weer voor dezelfde tijd aangegaan, maar duurt maximaal 1 jaar.

Aanzegvergoeding
Een werkgever moet een werknemer met een tijdelijk contract uiterlijk 1 maand voor het einde van het contract schriftelijk laten weten of hij het contract verlengt. Doet hij dit helemaal niet, niet op tijd of niet schriftelijk, dan heeft de werknemer recht op een aanzegvergoeding.

Als de werkgever de werknemer niets of niet schriftelijk over een verlenging heeft laten weten, dan bedraagt de aanzegvergoeding 1 maandsalaris. Is de werkgever te laat met aanzeggen, dan heeft de werknemer recht op een vergoeding van zijn salaris voor iedere dag dat de werkgever te laat was.

Procedure bij de kantonrechter 
Een werknemer moet uiterlijk 2 maanden na het einde van het contract een verzoekschrift bij de kantonrechter indienen, als de werkgever weigert om de vergoeding te betalen.

Gronden voor ontslag
Als een werkgever een werknemer wil ontslaan, moet de werkgever daarvoor één van de volgende redenen hebben:

  1. de werkgever heeft een bedrijfseconomische reden: de werkgever wil bijvoorbeeld reorganiseren of het gaat financieel slecht met de werkgever;
  2. de werknemer is langer dan 2 jaar ziek;
  3. de werknemer is te vaak ziek;
  4. de werknemer functioneert niet goed;
  5. de werknemer heeft zich ernstig misdragen;
  6. de werknemer kan vanwege een gewetensbezwaar zijn werk niet doen;
  7. de arbeidsverhouding tussen de werkgever en werknemer is verstoord;
  8. een andere reden, zoals het ontbreken van een werkvergunning;
  9. een combinatie van de redenen genoemd in 1 t/m 8.

Herplaatsing
De werkgever moet altijd eerst onderzoeken of de werknemer ander werk voor de werkgever kan doen, bijvoorbeeld een andere of lagere functie. Alleen als de werknemer zich ernstig heeft misdragen, is dat niet nodig.

Toestemming voor ontslag van het UWV of de kantonrechter
Voordat de werkgever de werknemer kan ontslaan, heeft de werkgever eerst toestemming nodig. Voor ontslag vanwege een bedrijfseconomische reden of als de werknemer langer dan 2 jaar ziek is, moet de werkgever toestemming aan het UWV vragen. Voor alle andere redenen moet de werkgever de kantonrechter vragen om in te stemmen met het ontslag.

Geen toestemming nodig voor ontslag
Een werkgever heeft geen toestemming van het UWV of de kantonrechter nodig, als:

  • de werknemer instemt met het ontslag, bijvoorbeeld door middel van het sluiten van een vaststellingsovereenkomst;
  • als het tijdelijke contract van de werknemer afloopt;
  • als de werkgever de werknemer in de proeftijd ontslaat;
  • als de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt;
  • als de werkgever de werknemer op staande voet ontslaat.

Opzegtermijn van de werkgever
Als een werkgever een werknemer ontslaat, moet de werkgever rekening houden met de opzegtermijn. Staat er niets over een opzegtermijn in het arbeidscontract of de toepasselijke cao, dan geldt de wettelijke opzegtermijn. De duur van de opzegtermijn hangt af van de lengte van het dienstverband:

  • 1 maand, als de werknemer korter dan 5 jaar in dienst is of de AOW-gerechtigde leeftijd heeft;
  • 2 maanden, als de werknemer tussen 5 en 10 jaar in dienst is;
  • 3 maanden, als de werknemer tussen 10 en 15 jaar in dienst is;
  • 4 maanden, als de werknemer 15 jaar of langer in dienst is.

Opzegtermijn van de werknemer
Als de werknemer zijn baan wil opzeggen, geldt een opzegtermijn van 1 maand, tenzij daarover in het arbeidscontract of de cao iets anders is afgesproken. In dat geval mag de opzegtermijn voor de werknemer maximaal 6 maanden zijn, zolang de opzegtermijn voor de werkgever het dubbele bedraagt. Dus, als de opzegtermijn voor de werknemer bijvoorbeeld 3 maanden is, dan is de opzegtermijn voor de werkgever 6 maanden.

Begin van de opzegtermijn
Tenzij in het arbeidscontract een andere dag is afgesproken, moet een arbeidscontract ‘tegen het einde van de maand’ worden opgezegd. Dat betekent dat de opzegtermijn op de eerste dag van de maand begint, nadat de werkgever of de werknemer het arbeidscontract opzegt.

Een voorbeeld
Een werknemer heeft 8 jaar bij een werkgever gewerkt. Omdat er in de arbeidsovereenkomst en de cao geen opzegtermijn is opgenomen, geldt de wettelijke opzegtermijn. De opzegtermijn is in dit geval 2 maanden, omdat de werknemer tussen de 5 en 10 jaar in dienst is. Als de werkgever het arbeidscontract op 15 maart opzegt, dan begint de opzegtermijn op 1 april. Het dienstverband eindigt dus op 31 mei.

Gefixeerde schadevergoeding
Als een werkgever zich niet aan de toepasselijke opzegtermijn houdt en het arbeidscontract eerder opzegt, dan moet de werkgever aan de werknemer het loon betalen voor de duur van de opzegtermijn. Andersom geldt hetzelfde. Als de werknemer te vroeg opzegt, kan de werkgever het salaris van de werknemer vorderen.

Een voorbeeld
Een werknemer heeft 8 jaar bij een werkgever gewerkt. De werkgever zegt het arbeidscontract op 15 maart op, maar houdt ten onrechte rekening met een opzegtermijn van 1 maand in plaats 2 maanden. Het dienstverband eindigt dan op 30 april, maar de werknemer heeft nog recht op vergoeding van zijn salaris voor de maand mei.

Procedure bij de kantonrechter
Er moet uiterlijk 2 maanden na het einde van het contract een verzoekschrift bij de kantonrechter worden ingediend, als de andere partij weigert om de vergoeding te betalen.

De transitievergoeding
Een werkgever moet een transitievergoeding aan de werknemer betalen, als de werkgever het initiatief neemt om het contract met de werknemer te beëindigen. Ook als de werkgever besluit om een tijdelijk contract niet te verlengen, moet de werkgever de transitievergoeding betalen.

Uitzonderingen
Een werknemer kan geen aanspraak maken op een transitievergoeding:

  • als hij zelf het initiatief neemt om uit dienst te gaan (tenzij de werkgever zich zodanig heeft misdragen dat de werknemer geen andere keuze heeft);
  • als hij jonger dan 18 jaar is en maximaal 12 uur per week werkt;
  • als hij de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt;
  • als de werknemer zich ernstig heeft misdragen;
  • als de werkgever failliet is.

Hoogte van de transitievergoeding
De hoogte van de transitievergoeding bedraagt 1/3e van het laatstverdiende bruto maandsalaris per gewerkt jaar. Ook de gewerkte maanden en dagen tellen mee. Bij het bruto maandsalaris moet het vakantiegeld, de vaste eindejaarsuitkering of 13e maand en vergoedingen die de werkgever met de werknemer heeft afgesproken, zoals een overwerkvergoeding of bonus, worden opgeteld.

Een voorbeeld
Een werknemer is van 1 juli 2020 tot 31 december 2021 bij de werkgever in dienst geweest. Dat is dus 1 jaar en 6 maanden.

Het salaris bedroeg € 2.000 bruto per maand en de werknemer ontving 8% vakantiegeld. In totaal is het bruto maandsalaris dus € 2.160.

De transitievergoeding komt dan uit op:
1 jaar x € 2.160 x 1/3 = € 720
6 maanden x € 2.160 x 1/3 x 1/12 = € 360
€ 720 + € 360 = € 1.080 bruto.

FAQ 2 - gezondheidsrecht

Schriftelijke start
De tuchtprocedure start met een schriftelijke klacht van de klager. Beklaagde, de zorgverlener, mag zich vervolgens schriftelijk verweren. Soms mogen beide partijen nog een ronde schriftelijk op elkaar reageren.

Mondeling vooronderzoek
Na het uitwisselen van schriftelijk stukken krijgen partijen de mogelijkheid hun stukken mondeling toe te lichten in het zogenoemde mondeling vooronderzoek. Partijen mogen daar overigens ook vanaf zien. Bij het vooronderzoek is meestal alleen de secretaris aanwezig. Deze secretaris is soms heel actief (stelt allerlei vragen, probeert achter de vraag achter de vraag te komen) en hoort soms het verhaal alleen even aan. Soms lukt het overigens om de klacht al tijdens het vooronderzoek op te lossen, waarna klager de klacht intrekt.

Raadkamer of openbare zitting
Na de schriftelijke ronde en het eventuele vooronderzoek verwijst de secretaris de klacht naar ofwel de raadkamer van het college, ofwel een openbare zitting.

De raadkamer is voor de zorgverlener goed nieuws: er volgt dan een oordeel van niet-ontvankelijkheid of ongegrondheid.

Op een openbare zitting worden beide partijen gehoord, en stelt het college meestal allerlei vragen aan beide partijen. In de regel ligt na de zitting binnen twee maanden de beslissing op de mat.

Tuchtklachten tegen BIG-geregistreerden mogen worden ingediend door:

  • de patiënt zelf;
  • mensen die op een andere manier rechtstreeks belanghebbend zijn (bijvoorbeeld omdat de zorgverlener specifiek met betrekking tot deze persoon iets verkeerds heeft gedaan);
    nabestaanden;
  • vertegenwoordigers, zoals ouders van minderjarigen (onder 16) of een curator;
  • collega’s van de zorgverlener;
  • de werkgever van de zorgverlener;
  • de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Deze vraag krijgen wij geregeld, en het antwoord laat zich raden. Wij van WC-Eend adviseren immers WC-Eend.

Een advocaat wordt aangeraden
Toch adviseert zelfs ook de KNMG zorgverleners om bij een tuchtklacht een advocaat (of in ieder geval een jurist) in te schakelen. Een tuchtprocedure kent veel juridische haken en ogen, die wij als juristen nu eenmaal gemakkelijker doorzien. Dat begint al bij enkele belangrijke keuzes bij het opstellen van uw verweerschrift. Los van tactisch, kan het ook simpelweg prettig zijn als iemand meekijkt die het al vaker heeft meegemaakt én met een objectieve(re) bril naar de kwestie kijkt.

Vergeet ook vooral een eventuele rechtsbijstandverzekering niet (en het recht van vrije advocatenkeuze daarin). Nog niet overtuigd of wil u gewoon eens sparren over de klacht die tegen u is ingediend? Bel vooral, dan denken we vrijblijvend met u mee.

Als een klacht gegrond is, kan het tuchtcollege verschillende maatregelen opleggen. Van licht naar zwaar zijn dit:

  • een waarschuwing;
  • een berisping;
  • een geldboete (tot maximaal € 4.500);
  • een (voorwaardelijke) schorsing van de inschrijving in het BIG-register (tot maximaal één jaar);
  • een gedeeltelijk beroepsverbod;
  • het opleggen van bijzondere voorwaarden om uw beroep te mogen blijven uitoefenen;
  • een doorhaling uit het BIG-register.

Van 0 tot en met 11 jaar
Bij kinderen tot en met 11 jaar beslissen de ouders/voogden. Het kind heeft wel recht op informatie, die ook moet worden afgestemd op zijn/haar bevattingsvermogen.

Van 12 tot en met 15 jaar
Vanaf 12 is er voor een behandeling toestemming nodig van zowel het kind als de ouders/voogden.

Als het kind geen toestemming geeft, vindt de behandeling niet plaats. Ook niet als de ouders wél instemmen.

Andersom is het anders: als het kind instemt en ouders weigeren, kan in twee situaties de behandeling toch doorgang krijgen:

  • als het niet-behandelen tot een ernstig nadeel voor het kind kan zorgen (bijvoorbeeld een ernstig ziekteverloop);
  • als de behandeling een weloverwogen wens van het kind is (bijvoorbeeld het ondergaan van een abortus of het krijgen van een vaccinatie).

Vanaf 16 jaar
In Nederland is men eigenlijk pas vanaf 18 jaar volwassen. In de zorg is dat anders: een jongere beslist vanaf 16 jaar zelfstandig over zijn/haar behandeling.

In het belang van de patiënt
Als de patiënt niet wilsbekwaam is in het nemen van beslissingen, moet een ander dat voor hem/haar doen. Die persoon moet handelen in het belang van de patiënt. Ook moet de vertegenwoordiger de patiënt zo veel mogelijk betrekken bij de beslissingen.

De vertegenwoordiger volgens de wet
De wet bevat een rijtje vertegenwoordigers. In de volgende rangorde zijn dat:

  1. de curator of mentor van de patiënt (als die (al) door de rechter is benoemd);
  2. een persoon die daartoe schriftelijk door de patiënt is aangewezen (ook wel: gemachtigd);
  3. de echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel van de patiënt;
  4. familie, zijnde een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind van de patiënt (zonder interne volgorde). Overigens is dit er formeel altijd maar één.

Waar gehakt wordt, vallen spaanders. In de zorg kan een fout echter vreselijke gevolgen hebben. Vaak rijst dan de vraag of sprake is van een incident of calamiteit.

Een incident
Bij een incident is er niet alleen iets niet goed gegaan, het is ook niet goed gedaan. Er ging iets (bijna) fout. Er is medicatie verwisseld of de verzorgende vergat een bedhekje te sluiten. Als de patiënt er schade van ondervindt, is er al snel sprake van een incident. Ook als er schade had kunnen optreden of als dat nog kan gaan gebeuren, is sprake van een incident. Bij een incident doet de zorgverlener een melding in het VIM-systeem, wordt het incident intern geanalyseerd en wordt er zo mogelijk van geleerd.

Een calamiteit
Een calamiteit is een incident met de dood tot gevolg of een “ernstig schadelijk gevolg” voor de patiënt. Wanneer is sprake van een ernstig schadelijk gevolg? Voor enige houvast: een val uit een ziekenhuisbed waardoor een hersteloperatie vereist is, is een calamiteit. De doseringsfout in de apotheek, waardoor een patiënt op de IC moet worden opgenomen, ook.
Na een calamiteit is de zorgaanbieder verplicht “onverwijld” melding te doen bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Dit moet in ieder geval binnen drie werkdagen.

Onverwijld
Na een calamiteit is de zorgaanbieder verplicht “onverwijld” melding te doen bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Dit moet in ieder geval binnen drie werkdagen.

Bij twijfel
Twijfelt u of sprake is van een calamiteit? Dan heeft u eerst nog zes weken de tijd om dat te onderzoeken. Zodra tijdens die zes weken blijkt dat het een calamiteit is, meldt u binnen drie werkdagen. Is het na die zes weken nog steeds niet duidelijk of sprake is van een calamiteit, dan adviseren wij om een melding te doen. Daarmee voorkomt u een bestuurlijke boete, als zou blijken dat de IGJ het wél een calamiteit vindt.

Opstellen calamiteitenrapport
Na een melding krijgt u overigens in principe acht weken de tijd om over deze calamiteit een calamiteitenrapport op te stellen. Dat leest u ook in de ontvangstbevestiging die u van de IGJ krijgt, direct na het digitaal indienen van de calamiteitenmelding.

Autoriteit Persoonsgegevens
Strikt genomen mag dit niet, vanuit privacy-oogpunt. De Autoriteit Persoonsgegevens raadt het gebruik van WhatsApp door artsen stellig af: via WhatsApp gedeelde medische informatie kan in theorie namelijk naar een patiënt te herleiden zijn.

Artsenfederatie KNMG
De KNMG is milder. Van de KNMG mag het, zolang de informatie redelijkerwijs niet tot een patiënt te herleiden is. Wij adviseren: geen namen, geen gezichten op foto’s, geen data en geen tijd van afspraken. Wel adviseert de KNMG artsen om waar mogelijk een veiliger alternatief te kiezen. Voorbeelden die de KNMG noemt, zijn: Pidgin, Signal, Silent Phone, Silent Tekst en Telegram (secret chats).

Belangenafweging
Houd ook altijd de belangenafweging in het achterhoofd. Als het geen haast heeft, kies er dan voor een beveiligde e-mail te sturen. Heeft het juist haast en weet u zeker dat u via WhatsApp de patiënt nog op tijd kan bereiken? Dan valt die belangenafweging waarschijnlijk anders uit.

Mondelinge overeenkomst
Nee, dat hoeft niet. Door met een patiënt (mondeling) een behandelrelatie aan te gaan, ontstaat de overeenkomst vanzelf. Die hoeft niet op schrift en hoeft niet te worden ondertekend.

Wettelijke rechten
Overigens staan ook al zonder contract veel rechten van de patiënt automatisch ‘op schrift’. Zo kan een arts de overeenkomst bijvoorbeeld niet zomaar opzeggen en heeft men als patiënt altijd recht op inzage in zijn/haar dossier. Dit gebeurt automatisch, op basis van de WGBO.

Ons advies
U kunt er als zorginstelling wel voor kiezen de behandelingsovereenkomst op schrift te stellen. Zeker bij electieve behandelingen waaronder cosmetische chirurgie is een schriftelijke behandelingsovereenkomst sterk te adviseren. Wij denken daar graag in mee.

Anoniem intercollegiaal overleg
Om goede zorg te kunnen verlenen, moet er soms met collega-artsen kunnen worden overlegd. Dergelijk intercollegiaal overleg kan meestal prima op geanonimiseerde basis.

Medebehandelaren
Soms zal een collega ook in het dossier willen kijken of een röntgenfoto met daarop de naam van de patiënt willen zien. Dit is alleen toegestaan als deze collega rechtstreeks bij de uitvoering van een behandelingsovereenkomst betrokken is. Alleen mede-behandelaren mogen dit dus zien. Voor alle anderen zal de patiënt eerst toestemming moeten geven.

Relevante informatie
Ook mag er alleen informatie met collega-artsen worden gedeeld die daadwerkelijk relevant is. Voor collegiaal advies over het één, is alle privacygevoelige informatie over het ander niet altijd nodig. Wij zijn ons ervan bewust dat deze (juridische) norm soms strenger is dan artsen denken. Wilt u over een praktijkvoorbeeld overleggen? Bel dan vooral even.

FAQ 3 - ondernemings- en contractenrecht

Omstandigheden
Welke rechtsvorm bij uw onderneming past, hangt af van uw wensen en de situatie waarin u zich bevindt. Zo is het bijvoorbeeld van belang of u alleen of samen met anderen aan de slag gaat en wat voor doel uw onderneming heeft. Het is ook relevant om na te gaan welke rechtsvorm qua belastingafdracht in uw situatie het meest voordelig is.

Aansprakelijkheid
Bedenk dat indien u een eenmanszaak opricht, u met uw privévermogen aansprakelijk bent voor schulden van uw onderneming. Als u er bijvoorbeeld voor kiest om een B.V. of een N.V. op te richten, dan is dat anders. In dat geval is er sprake van een zelfstandige entiteit met een afgescheiden vermogen en bent u slechts in uitzonderlijke gevallen aansprakelijk met uw privévermogen.

Structuur
Een holding B.V. is een onderdeel van een zogenaamde holdingstructuur. Een holdingstructuur bestaat uit (ten minste) één B.V. waarin de belangrijkste en waardevolle bezittingen van de onderneming zijn ondergebracht, de zogenoemde holding B.V. en een werkmaatschappij.

Hiërarchie holding B.V.
Deze holding B.V. is binnen een holdingstructuur de eigenaar van de aandelen in de werkmaatschappij. De werkmaatschappij is een B.V. waarin de dagelijkse werkzaamheden van de onderneming plaatsvinden. Een ondernemer die een holdingstructuur opricht is eigenaar van de holding B.V. en de holding B.V. is op diens beurt weer eigenaar van de werkmaatschappij. Als de werkmaatschappij in de problemen komt en bijvoorbeeld failliet gaat, blijven de waardevolle bezittingen die zijn ondergebracht in de holding B.V. daarbuiten.

In een aandeelhoudersovereenkomst worden de afspraken en verhoudingen tussen aandeelhouders vastgelegd. Door een aandeelhoudersovereenkomst te sluiten, voorkomt u dat onduidelijkheid over de afspraken tussen partijen ontstaat. Door duidelijk vast te leggen wat de afspraken zijn, voorkomt u in veel gevallen dat onenigheid over de koers van de onderneming ontstaat.

Een aandeelhoudersovereenkomst kan zonder tussenkomst van een notaris worden gesloten. In zo’n overeenkomst kunt u onder meer afspraken maken over besluitvorming, informatievoorziening, toetreden en vertrek van aandeelhouders.

In principe is de bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk
Als uitgangspunt geldt dat een bestuurder van een B.V. of N.V. niet persoonlijk aansprakelijk is voor schulden van de rechtspersoon. In bijzondere gevallen kan een bestuurder toch aansprakelijk zijn jegens de rechtspersoon waarvan hij bestuurder is (interne aansprakelijkheid) of jegens derden (externe aansprakelijkheid).

Uitzonderingen
Van aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon zelf kan sprake zijn als blijkt dat een bestuurder zijn taken onbehoorlijk heeft vervuld. Jegens derden kan een bestuurder aansprakelijk zijn als hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Het antwoord op deze vraag hangt af van het stadium waarin de onderhandelingen zich bevinden. In beginsel geldt dat partijen onderhandelingen mogen afbreken zolang zij rekening hebben gehouden met elkaars gerechtvaardigde belangen. Als er overeenstemming bestaat over de belangrijkste onderdelen van het contract, dan kan het afbreken van de onderhandelingen soms niet meer zijn toegestaan. Dat wil zeggen: niet zonder dat u gehouden bent een vergoeding te betalen.

Inhoudelijke afspraken
Het belangrijkste is dat u in uw contracten duidelijk omschrijft wat voor product of dienst u aanbiedt, wat de prijs daarvan is en wanneer een klant over een product of een dienst kan beschikken. Daarnaast is het belangrijk dat u denkt aan de duur van het contract, een eventuele opzegtermijn, gevolgen van het niet nakomen van overeengekomen verplichtingen en de afhandeling van geschillen.

Financiële afspraken
Ook aan financieel-technische zaken moet worden gedacht. Zo is het verstandig om een betalings- en incassotermijn overeen te komen. Ook kan het raadzaam zijn om garanties in het contract op te nemen.

In de wet is geregeld dat een overeenkomst onder bepaalde omstandigheden kan worden ontbonden. Van zo’n ontbinding kan pas sprake zijn als een partij tekortschiet in het nakomen van de verplichtingen. Voor een algehele ontbinding van de overeenkomst is het vereist dat de tekortkoming in verhouding staat tot de ontbinding: er mag dus niet van een heel geringe tekortkoming sprake zijn.

Daarnaast geldt dat de wet vereist dat:

  • nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is; of
  • dat de wederpartij in verzuim is.

Van verzuim is sprake als een fatale termijn is overschreden, wanneer een partij in gebreke is gesteld, of als de wederpartij zelf aangeeft dat hij niet zal nakomen (of als dat uit zijn mededelingen is op te maken).

Als aan alle voorwaarden is voldaan, kan een contract worden ontbonden. Dat kan via de rechter, maar het doen van een mededeling over de ontbinding is ook voldoende.

Over het algemeen geldt dat een verkoper als eerst moet presteren en dat een koper pas na die levering betaalt. Het is mogelijk hierover andere afspraken te maken, in dat geval gelden die afspraken. Het is voor een verkoper niet eenzijdig mogelijk om, als eerst is afgesproken dat pas ná levering zou worden betaald, op zo’n afspraak terug te komen en te eisen dat al voor levering wordt betaald. In goed overleg kunnen partijen alternatieve afspraken maken, maar een verplichting om van een oorspronkelijke betalingsregeling af te wijken, bestaat er niet.

Ja, ook mondelinge afspraken zijn rechtsgeldig. Het lastige is echter dat mondelinge afspraken moeilijker te bewijzen zijn en daardoor in rechte moeilijker afdwingbaar zijn. In een gerechtelijke procedure zal de partij die zich op de gevolgen van de mondelinge overeenkomst beroept, moeten bewijzen dat die overeenkomst is aangegaan en zal die partij ook moeten aantonen wat de inhoud daarvan is. Zulk bewijs kan bijvoorbeeld worden geleverd door getuigen of door (vooraf goedgekeurde) opnames van gesprekken.

FAQ 4 - erfrecht

In de wet (boek 4, wetboek erfrecht) is opgenomen wie de erven van de overledene (de erflater) zijn. Dat zijn wettelijke erfgenamen.

Er zijn vier groepen. Kort gezegd wordt eerst gekeken of er een langst levende echtgenoot en kinderen van de erflater zijn. Zijn die er niet, dan erven de ouders en broers/zussen (of hun afstammelingen). Als er in die groep ook geen erfgenamen zijn, erven de grootouders en als laatste overgrootouders.

Er kunnen geen erfgenamen zijn uit meerdere groepen. Je kijkt pas naar een latere groep, als je in de groep ervóór geen erfgenamen/erfgenaam hebt. Als er binnen de groep iemand overleden is voordat de erflater overlijdt, komen de afstammelingen van de vooroverledene in diens plaats.

Je kunt ook als erfgenaam opgenomen zijn in een testament dat de overledene heeft laten opstellen. Je bent dan testamentair erfgenaam. Meestal word je door de notaris geïnformeerd dat je erfgenaam bent.

Testamenten worden geregistreerd in het Centraal Testamentenregister. Pas na het overlijden kun je met de juiste gegevens bij het register opvragen of er een Nederlands testament bekend is. Als dat zo is, hoor je bij welke notaris het testament is opgesteld. Daar kun je het testament dan opvragen. Het register heeft dus geen kopie van het testament. Een notaris kan deze informatie ook voor je opvragen. Buitenlandse testamenten worden dus niet geregistreerd bij het CTR.

Een rechtsgeldig testament kun je in Nederland laten opstellen bij een notaris. Het testament ligt vast in een notariële akte en wordt geregistreerd bij het Centraal Testamentenregister. Daarnaast kun je een testament in een onderhandse akte opstellen (een depot testament). Deze akte moet je laten registreren bij de notaris.

Een codicil kun je wel zelf opstellen. Bij codicil kun je – kort gezegd – specifieke goederen aan een persoon vermaken of je wensen over je uitvaart opnemen. Een codicil moet handgeschreven zijn, voorzien zijn van een datum en een handtekening. Belangrijk is wel dat het codicil na je overlijden bekend wordt. Je kunt een codicil aan een notaris in bewaring geven. Je kunt je erfgenamen ook laten weten dat je een codicil hebt gemaakt.

Er kan alleen een executeur-testamentair betrokken zijn bij een erfenis als er een testament is opgemaakt én in dat testament een executeur-testamentair is aangewezen. Je hoeft niet als executeur-testamentair op te treden als je dat niet wilt. Je kunt dat dus weigeren.

Als degene die aangewezen is tot executeur-testamentair weigert deze taak op zich te nemen, komt te overlijden of wordt ontslagen, kan er alleen een nieuwe executeur-testamentair worden benoemd als die mogelijkheid in het testament is opgenomen.

Als je ouder je bij testament (deels) heeft onterfd, kun je een beroep doen op de legitieme portie (ook wel kindsdeel in de volksmond genoemd). Deze legitieme portie is grofweg de helft van dat wat je geërfd zou hebben als je niet onterfd was. Let op: je hebt alleen een vordering in geld en dus geen recht op spullen.

Als een legitieme portie berekend moet worden, zijn ook schenkingen die de erflater heeft gedaan van belang. De berekening van het bedrag dat je kunt vorderen van de nalatenschap is dus niet zo makkelijk als die lijkt.  Het is verstandig je hierover te laten informeren door een notaris of deskundig advocaat.

FAQ 5 - internationale kinderontvoering

Iedere situatie is weer anders. In elke zaak geldt wel dat snelheid een belangrijke factor is. Algemene informatie kun je vinden op de website van de rijksoverheid. Het Centrum Internationale Kinderontvoering geeft veel informatie en kan je als ouder adviseren (www.kinderontvoering.org).

Een gespecialiseerd advocaat, zoals Augusta van Haga van ScheerSanders Advocaten, kan advies-op-maat geven. Wat is er (nog) mogelijk in Nederland? Of moet je je richten op het buitenland en contact opnemen met een buitenlandse advocaat? Belangrijk voor het advies is bijvoorbeeld te weten wie er (ouderlijk) gezag heeft, in welk land jullie kind nu verblijft en of er nog contact is (geweest) met de ex-partner en/of jullie kind.

Of jij en de kinderen de nationaliteit hebben van het land waar je naar terug wilt keren, is niet bepalend voor de vraag of je toestemming van de andere ouder nodig hebt. Ook als je terugkeert naar het land waar jij en/of de kinderen de nationaliteit van hebben, kan er sprake zijn van internationale kinderontvoering.

Belangrijk is te weten of je alleen ouderlijke verantwoordelijkheid (gezag) hebt over de kinderen, of de andere ouder wat te zeggen heeft over de gewone verblijfplaats van de kinderen. En wat de gewone verblijfplaats is van de kinderen.

Laat je dus voordat je vertrekt goed informeren door een gespecialiseerd advocaat, zoals Augusta van Haga van ScheerSanders Advocaten of neem contact op met het Centrum Internationale Kinderontvoering (www.kinderontvoering.org).

Je laten informeren over wat de gevolgen en risico’s zijn als je niet meewerkt aan vrijwillige terugkeer, is van groot belang. Maar ook als je wel overweegt mee te werken, is het goed te weten of je ook dan een risico loopt. Een risico op strafrechtelijke vervolging bijvoorbeeld. Weten wat er kan gebeuren in het land van herkomst met ouderlijke verantwoordelijkheid (gezag) of contact doordat je de kinderen eerder hebt meegenomen. Ook heel belangrijk.

Over het algemeen geldt dat je pas een weloverwogen keuze kunt maken als je goed geïnformeerd bent. Een op-maat-advies is dus belangrijk. Je kunt een eerste contact leggen met het Centrum Internationale Kinderontvoering (www.kinderontvoering.org). Het centrum kan je ook namen geven van gespecialiseerde advocaten in Nederland én in het buitenland. Augusta van Haga van ScheerSanders Advocaten is één van deze advocaten.

Wij adviseren u uitdrukkelijk om met een gespecialiseerd advocaat bij de zitting te verschijnen. De belangen in een teruggeleidingsprocedure zijn groot. Het gaat om een ordemaatregel. Een kind moet terugkeren of mag blijven. Er zit niks tussenin. De procedure gaat bovendien snel.

Weten wat jouw juridische positie is, wat je kunt doen, wat de risico’s zijn is belangrijk.
Het Centrum Internationale Kinderontvoering (www.kinderontvoering.org) kan je namen van gespecialiseerde advocaten geven. Augusta van Haga van ScheerSanders Advocaten is één van deze advocaten. Je kunt ook kijken op de website van vereniging van gespecialiseerde kinderontvoeringsadvocaten (https://diallawyers.org/nl/).

Op de website van het Centrum Internationale Kinderontvoering (www.kinderontvoering.org) kun je informatie vinden die belangrijk is bij een dreigende kinderontvoering. Zo kun je een overzicht vinden van documenten en/of informatie die je bij de hand moet hebben als de kinderontvoering zich voordoet. Het centrum kan je advies geven over wat je nu kunt doen om kinderontvoering te voorkomen.

Kijk ook eens op de website van de rijksoverheid.

Verder kan je met een advocaat bekijken of het zinvol is om naar de rechter te stappen om de kans op kinderontvoering te verkleinen. Neem daarover contact op met Augusta van Haga van ScheerSanders Advocaten.

Heeft u een advocaat nodig?