Samenwoners en vergoedingsrechten

Wat als je met elkaar samenwoont zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingsovereenkomst en je investeert een aanzienlijk bedrag in de verbouwing van de woning van jouw partner. Heb je recht op vergoeding van de investering of niet?

De Hoge Raad heeft in een arrest van 10 mei 2019 duidelijkheid gecreëerd over deze kwestie. De casus was als volgt. Partijen hebben met elkaar samengewoond en geen samenlevingsovereenkomst met elkaar afgesloten. De man heeft de woning 100% in eigendom. Partijen hebben in 2011 de woning verbouwd. De kosten van deze verbouwing zijn integraal betaald door de vrouw. Na het verbreken van de relatie vordert de vrouw dat deze verbouwingskosten integraal aan haar worden terugbetaald. De rechtbank wijst deze vordering toe en het hof wijst de vordering in hoger beroep af. De redenatie van het hof is als volgt: partijen hebben geen goederenrechtelijke gemeenschap. De woning behoort de man uitsluitend in eigendom toe. Dit betekent dat de vrouw een vergoedingsrecht niet kan baseren op de wettelijke bepalingen die gelden voor gehuwden of geregistreerd partners. Het hof ziet geen aanleiding om deze bepalingen naar analogie toe te passen. Het hof stelt zich op het standpunt dat wanneer partijen geen afspraken met elkaar maken, geen huwelijk of een geregistreerd partnerschap met elkaar aangaan, het algemene verbintenissenrecht van toepassing is. Zowel het hof als de Hoge Raad kennen de vrouw geen vergoedingsrecht toe. De vrouw kon niet aantonen dat er een (stilzwijgende) afspraak tot terugbetaling was gemaakt. Evenmin kon zij aantonen dat de man ongerechtvaardigd was verrijkt. Belang wordt daarbij gehecht aan de omstandigheid dat de man zelf  geen financiële middelen had om zelf de verbouwing te betalen, zodat ook niet van hem verwacht kan worden dat hij de verbouwing aan de vrouw terugbetaalt.

Wat betekent dit concreet? De Hoge Raad oordeelt dat op het moment dat u ongehuwd samenwoont met uw partner en geen samenlevingsovereenkomst heeft, de verplichtingen over en weer beoordeeld moeten worden naar het algemene verbintenissenrecht. De rechter zal moeten onderzoeken of tussen informeel samenwonenden een (mondelinge) overeenkomst tot stand is gekomen die met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid ook vermogensrechtelijke aspecten van de samenleving regelt. Een andere optie is dat de rechter zal beoordelen of een van de partners ongerechtvaardigd wordt verrijkt indien terugbetaling uitblijft of dat er een stilzwijgende verplichting tussen partijen bestaat op basis waarvan een van hen moet terugbetalen. Zoals het geval zou zijn indien de partijen geen liefdespartners zouden zijn.

Wat betekent dit voor samenwoners zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingsovereenkomst? De vermogens van beide partners zijn in principe gescheiden. Op het moment dat de ene partner investeert in een goed van de ander is het van belang om daarover afspraken te maken. Indien partners geen samenlevingscontract met elkaar willen afsluiten verdient het aanbeveling om wel concrete afspraken te maken over de investering en eventuele wijze van terugbetaling! Uit de uitspraak van de Hoge Raad blijkt dat in dit soort situaties partijen hetzelfde worden behandeld als andere natuurlijke personen die met elkaar afspraken maken. Ter illustratie: het is niet meer dan logisch dat iemand afspraken maakt met zijn buurman, indien die persoon besluit € 10.000,00 te investeren in de bouw van een schutting tussen beide huizen. In die afspraken zal vermeld moeten worden onder welke voorwaarden het bedrag wordt geïnvesteerd.  De Hoge Raad verwacht dit gedrag dan ook van samenwoners. Op het moment dat samenlevers dat niet doen, zal dus altijd aan de hand van de concrete omstandigheden moeten blijken of er sprake is van een vergoedingsrecht. In de praktijk blijkt dat het zeer lastig om mondelinge afspraken te bewijzen en laat dat nu net de wijze zijn waarop veel samenwoners met elkaar afspraken maken. Ik sluit dan ook af met een dringend advies aan samenwoners: overleg met elkaar en zet in ieder geval de afspraken in een e-mail indien u geld investeert in het goed van de ander!

Hilde Dreesmann-Bruijntjes (e-mail: dreesmann@scheer.nl).