Een dwarsligger in de VvE? De rechter kan uitkomst bieden!

Peter Rijpstra

Inleiding

Er zijn nogal wat situaties waarin appartementseigenaren binnen hun Vereniging van Eigenaren (VvE) te maken hebben met dwarsliggers. Besluitvorming die nodig en behoorlijk is wordt tegengehouden door een of meerdere mede-eigenaren, op gronden waar je vraagtekens bij kunt zetten.
Het kan ook voorkomen dat de dwarsligger iedere besluitvorming binnen de VvE blokkeert, of beter: frustreert. Dat was het geval in de hierna besproken casus.
De vraag voor de goedwillende appartementseigenaren was: hoe kunnen we verder? Wat kunnen we hieraan doen?
In dit geval bood een wetsbepaling, waarvan de toepassing bij de rechter is gevraagd, de uitkomst.

 

Casus

Wat was het geval?
Twee van de drie appartementseigenaren, die samen de VvE vormden, hadden in een vlaag van vertrouwen ingestemd met benoeming van de derde appartementseigenaar tot bestuurder van de VvE. Het was daarmee de verantwoordelijkheid van die bestuurder om bijvoorbeeld de jaarlijkse vergadering bijeen te roepen, en tijdens vergaderingen bijvoorbeeld het wettelijk verplichte plan van onderhoud aan de orde te stellen. Ook moest de jaarlijkse afrekening door hem worden opgesteld. Het probleem was echter dat in een grijs verleden een reglement van toepassing was verklaard, waarbij in de akte van splitsing zodanige aanpassingen waren gemaakt, dat geregeld was dat de vergadering van eigenaren alleen maar een besluit kon nemen indien alle eigenaren daarmee instemden. Gevolg: de ene eigenaar die tot bestuurder was benoemd kon iedere besluitvorming blokkeren. Dat deed hij dan ook. Er werden geen vergaderingen gehouden, ondanks verzoeken van de twee goedwillende eigenaren. Er kwam geen plan van aanpak van het onderhoud, een financiële jaarafsluiting kwam er evenmin, etc.

Het lastige was dat ook een vergadering waarin de goedwillende eigenaren als agendapunt wilden opvoeren het ontslag van de bestuurder en het benoemen van een extern bureau als nieuwe bestuurder (een VvE-beheerskantoor) niet werd gehouden. De dwarsligger deed niets en beriep zich waar nodig laconiek op het feit dat unanimiteit in de besluitvorming nodig was.

De twee eigenaren hebben in deze situatie een beroep gedaan op artikel 5:140 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Daar is bepaald, kort gezegd, dat als een lid van een VvE zonder redelijke grond weigert zijn medewerking of toestemming te verlenen aan bepaalde besluitvorming, zijn toestemming kan worden vervangen door een machtiging van de kantonrechter.

Rechterlijke tussenkomst

In eerste instantie werd de verzochte machtiging door de kantonrechter verleend, maar dat kwam omdat de dwarsligger ook daar niets van zich had laten horen. Hij had verstek laten gaan. Natuurlijk kwam de dwarsligger in hoger beroep. In het hoger beroep hield hij vast aan de ooit in de akte van splitsing opgenomen regeling, en hij vond dat die wel redelijk was.
Het gerechtshof oordeelde echter anders. Het overwoog dat de man na april 2015 niets meer van zich had laten horen, ook niet na verzoeken en voorstellen van de zijde van de twee eigenaren. Zo was sinds zijn aantreden als bestuurder geen VvE-vergadering meer gehouden. Het hof vond dat door de houding van de betrokken eigenaar de VvE eigenlijk niet kon functioneren. Er kon immers bij onwil van de betrokkene geen rechtsgeldig besluit door de VvE genomen worden, ook niet over belangrijke onderwerpen zoals verzekeringen, onderhoud en financiën.
De door de twee eigenaren gevraagde machtiging om de splitsingsakte te wijzigen, zodanig dat gewoon beslist kan worden met meerderheid van stemmen, werd door het hof redelijk geacht. Het hof was met hen eens dat het geldende vereiste van unanimiteit in de besluitvorming niet kon worden gehandhaafd.
De uitkomst van het hoger beroep was dus dat de dwarsligger het lid op de neus kreeg: de gevraagde machtiging werd ook door het hof verleend en de dwarsligger werd veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak van het Gerechtshof Den Haag is van 12 februari 2019 (gepubliceerd ECLI:NL:GHDHA:2019:262).

Conclusie

De casus illustreert dat het zeker lonend kan zijn om bij scheve verhoudingen in een VvE, op basis van het juiste wetsartikel, een beslissing van de rechter te vragen om een impasse te doorbreken.

Voor vragen over deze casus of over andere VvE-kwesties kunt u contact opnemen met Peter Rijpstra.

Laat een bericht achter