Wachtlijsten in de Jeugdzorg; gewoon lijdzaam afwachten?

Marlies van Kuijk-Wesdorp

Het gebeurt vrijwel nooit, maar deze week was er zowaar positief nieuws over de Jeugdzorg. Althans, over een proef in Enschede met het inzetten van een praktijkondersteuner voor de jeugd in de huisartsenpraktijk. Met als gevolg minder verwijzingen naar Jeugdzorg en daarmee kortere wachtlijsten en een gunstiger kostenplaatje. Een opsteker voor de gemeente die al jaren kampt met tekorten op het budget. Al zal men toch echt moeten kijken naar aanvullende maatregelen, want met een te verwachten besparing van € 200.000,00 op een tekort van miljoenen per jaar, is men er voorlopig nog niet.
En de Gemeente Enschede is daarin niet de enige. Afgelopen zomer deden maar liefst 88 gemeenten een verzoek om een bijdrage uit een nieuw fonds ter compensatie van zorgtekorten. Eind september berichtte de Gemeente Den Haag nog dat zij een tekort verwachtte van ruim 20 miljoen euro, Amsterdam zelfs van 33 miljoen euro. Steeds meer gemeenten werken daarom met budgetplafonds. Logisch gevolg: minder aanbod van zorg en dus meer kans op langere wachtlijsten.
Dat knelt. De gemeenten hebben namelijk per 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid voor de toegang tot de jeugdhulp voor jeugdigen en hun ouders en moeten er tevens voor zorgen dat er voldoende passend aanbod van jeugdhulp, -bescherming, en -reclassering is. De gemeenten mogen daarbij wel zelf beslissen welke organisaties zij contracteren en tegen welke voorwaarden. In de praktijk blijkt er vaak niet voldoende hulp beschikbaar te zijn of ontbreekt een passend zorgaanbod. In dat geval kan een ouder of wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige een procedure starten tegen de gemeente en vragen om nakoming van de op haar rustende verplichtingen. Opmerkelijk is dat er sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Jeugdwet in 2015 vrijwel nooit tegen gemeenten is geprocedeerd. En dat terwijl de wachttijden voor passende hulp soms wel oplopen tot één jaar. Of er zelfs helemaal geen passend aanbod beschikbaar komt.
Het lijkt wel alsof betrokkenen, waaronder de ouders, de gang naar de rechter bijna niet durven te maken. Er is vooralsnog slechts één zaak bekend waarin dit wel is gebeurd. In die kwestie had een bijzonder curator namens een minderjarige nakoming gevorderd van de op de gemeente rustende verplichting om in een passend zorgaanbod te voorzien. De rechter heeft die vordering toegewezen, helaas zonder aan te geven op welke termijn de gemeente moest nakomen. En zonder oplegging van (dwang)maatregelen als het passend aanbod niet tijdig gerealiseerd zou zijn.
Eigenlijk is het jammer dat men de stap naar de rechter niet zet. Ook niet in het gedwongen kader door de Gecertificeerde Instelling (GI). Bij een ondertoezichtstelling is het eigenlijk niet de gemeente die bepaalt welke hulp er nodig, maar de GI. De GI moet daarover weliswaar overleg voeren met de gemeente, maar mag zelf beslissen. De gemeente is vervolgens verplicht de benodigde hulp te leveren. Koopt de gemeente de betreffende hulp niet in, dan durft de GI daar vaak niet tegen op te komen, omdat zij voor de eigen contractering afhankelijk is van de gemeente. De angst om dat contract kwijt te raken lijkt hier te regeren.

Dat is spijtig, omdat een rechterlijke beslissing uitkomst kan bieden. Ook als er verschil van inzicht bestaat over de vraag welke hulp passend moet worden geacht. De rechter kan eventueel beslissen dat er hulp moet komen die niet door de gemeente is ingekocht. De gemeente is er vervolgens toe gehouden om deze zorg alsnog in te kopen, zo heeft de Staatssecretaris laten weten.
En dus zitten we in de Jeugdzorg met een vreemd fenomeen. De belangen van het kind vragen dat er spoedig passende, professionele hulp komt. Maar als die hulp uitblijft, lijkt niemand uit de schaduw te durven stappen. Ook niet om goede overbruggingszorg af te dwingen. En dit terwijl de ontwikkeling van het betrokken kind gevaar loopt. Weten ouders, de GI en andere betrokkenen onvoldoende wat hun rechten zijn? Zijn zij moe gestreden? Of bang voor repercussies? Laat hen eens in gesprek gaan met een ter zake kundig jurist om samen te kijken welke wegen er bewandeld kunnen worden om wel snel de juiste ondersteuning te krijgen. Want met het enkele goede voornemen om hulp in te zetten is immers geen kind geholpen.

Voor meer informatie over dit onderwerp of contact met Marlies van Kuijk-Wesdorp

Laat een bericht achter